Pijn
Levenskwaliteit heeft veel met pijn te maken.
Leven zonder pijn is bij velen van ons gelukkig iets vanzelfsprekend.
Chronische pijn is echter een belangrijk facet van ziekte.
Uiteraard dient de oorzaak van de pijn behandeld te worden. Soms is dit onvoldoende en hebben we hulp nodig van pijnstillende behandelingen.
Bij pijnstilling denken we vooral aan medicatie en terecht. Voor geinteresseerden is deze site Stichting Pijn- Hoop een goede informatiebron over de vershillende soorten geneesmiddelen .We denken onder meer aan de 3 trappen in de pijnbehandeling met medicatie.
Maar er is niet alleen de medicatie , soms kan de psycholooog hulp bieden.Hij kan de last van de pijn verminderen en vaak het activiteitenniveau van de patiënt verbeteren .Zo neemt het medicatiegebruik af en verbetert de stemming.
Err zijn ook de paramedici die kunnen meehelpen .Denken we maar aan de manuele therapeuten die bij gewone nekpijn duidelijk op korte termijn het meest verbetering brengen.
Stichting Pijn-hoop is een patiëntenorganisatie voor en door mensen met chronische pijn. Pijn-Hoop verspreidt informatie over chronische pijn en stimuleert lotgenotencontact. Ook organiseert de stichting elk jaar enkele driedaagse trainingen waar patiënten leren beter om te gaan met chronische pijn.
Link
Zit pijn tussen de oren ?
Onze pijncentra kiezen resoluut voor een biopsychosociale aanpak: psychologische hulp is minstens even belangrijk als medische hulp. Maar voor patiënten is dat geen leuke boodschap, weet professor Bart Morlion. Hij leidt het multidisciplinair pijncentrum van de KU Leuven en is voorzitter van de Belgian Pain Society. ’Patiënten horen liever dat er iets scheelt aan hun rug of hun spieren, dan aan hun mentale gezondheid. Vaak geloven ze niet dat pijn voor een groot stuk tussen de oren zit. Maar lees er de officiële definitie van pijn maar eens op na: een onplezierige, zintuiglijke en emotionele ervaring. Je kunt die emotie nooit loskoppelen van pijn. Zelfs bij een heel concreet letsel - een snijwonde bijvoorbeeld - wordt er een prikkel naar je hersenen gestuurd. En daar ontstaat de pijn: tussen je oren.’
Diezelfde hersenen bepalen ook hoeveel pijn je voelt, met een filtersysteem. ’Ze proberen te zorgen voor een stevige filter, waardoor enkel zware prikkels een pijngevoel geven. Zo blijft het pijnsysteem betrouwbaar: je voelt alleen pijn als het écht ernstig is. Maar door bepaalde emotionele toestanden - zoals angst, stress en depressie - gaat die filter openstaan. Als je niet goed in je vel zit, krijg je dus veel sneller rugklachten, maagpijn, en andere kwalen. Dat kan heel zware gevolgen hebben. Stel je voor dat je vandaag hoort dat je een agressieve kanker hebt, en dat je over acht weken geopereerd moet worden. Dan zul je heel angstig en onrustig worden. Daardoor wordt je pijnsysteem overgevoelig en is de kans groot dat er na de operatie chronische pijn ontstaat. Als je precies dezelfde operatie zou moeten ondergaan om een goedaardig gezwel te laten verwijderen, is die kans veel kleiner.’ Maar dat wil niet zeggen dat het om ingebeelde pijn gaat, benadrukt Morlion. ’Het pijngevoel kan heel zwaar zijn, ook al is er geen duidelijke oorzaak. Je hebt dat pijnsysteem niet onder controle. Maar je kunt wél proberen om die filter weer op punt te krijgen. Daarbij kunnen relaxatieoefeningen of psychotherapie helpen.’ Morlion hamert op de multidisciplinaire aanpak van pijn: niet alleen artsen en psychologen kunnen helpen, maar ook kinesisten spelen een rol. ’Pijnpatiënten krijgen er vaak nog spierpijn bovenop. Oefeningen kunnen hen weerbaarder maken.’
(Uit Knack 2012)