Voorbeschiktheid tot ziekte bij de ouderen .
Een voorbeschiktheid tot slecht functioneren bij de ouderling wordt aangenomen bij een gewichtsverlies van meer dan 5 %, verminderde eetlust, verminderde voedingstoestand, minder of niet actief zijn, uitdroging, depressieve klachten en verminderde weerstand tegen infecties
Dit moet te allen prijze voorkomen worden want bejaarden die niet zo goed functioneren zijn veel vatbaarder voor ziekten .
Belangrijk is dan ook dat bejaarden in optimale voorwaarden leven om ziekte’s te voorkomen.
-Er moet gezorgd worden dat bejaarden genoeg calorieën innemen: vaak wordt een tekort in de voedingstoestand ontdekt door tekort aan cholesterol of albumine in het bloed. Uiteraard is het gewicht en de gewichtscurve en spierontwikkeling nog gemakkelijker te volgen. Er moet gelet worden op de toestand van het gebit, het slikken, spraakstoornissen en financiële en sociale hulp. Sommige medicatie kan de eetlust verminderen.
De behandeling bestaat uit logopedie en spraakoefeningen, behandelen van gebit, het aantal voedingen verhogen en eventueel supplementen geven. Vooral bij Alzheimer patiënten zou het goed zijn hen ‘s morgens meer te laten eten.
-Ook de vochttoevoer is belangrijk.Ouderen hebben minder vochtreserves en gaan bij problemen (braken , diarree, infecties, hitte.... vroeger uitdrogingsverschijnselen vertonen. Er moet zorgvuldig op gelet worden dat de residenten dagelijks voldoende vocht innemen en extra vocht bij ziekten gepaard met verhoogd vochtverlies zoals bij koorts,braken, diarree, … of bij verhoogde omgevingstemperatuur. Een programma om het risico op dehydratie te voorkomen,kan helpen:
■ een regelmatige ronde om drank te verdelen
■ hulp bij het drinken
■ drank bij alle activiteiten
■ vochtbalans bijhouden (monitoring van hoeveelheid
opname (drank, ..) en verlies (urine) indien geïndiceerd)
■ patiënten laten beschikken over hun voorkeursdranken24.
De minimum vochtinname per dag is 1200 ml plus 15 ml per kg lichaamsgewicht9. Hiervan komt minimaal 700 –800 ml van drank25. Naast water kunnen ook thee, soep,fruitsap, melk, maar ook verse groenten en fruit gebruikt worden.In geval van verhoogde omgevingstemperatuur en koorts moet de minimum vochtinname verhoogd worden. Bij koorts verhoogt de behoefte met 500 ml per graad boven de 38°C.
-De meest voorkomende geestesziekte bij bejaarden is depressie. Het uit zich vooral door lichamelijke klachten en het onderscheid met dementie is moeilijk te maken.
Sociale hulp en steun zijn belangrijk om de depressie aan te pakken, ook kunnen antidepressiva helpen (vooral de oudere. antidepressiva die daarbij ook de eetlust kunnen verhogen).
Belangrijk hier is ook de levenskwaliteit zo hoog mogelijk te houden: bejaarden moeten op tijd een bril krijgen, op tijd ook leren omgaan met een gehoorapparaat en er moet gezorgd worden voor een sociaal netwerk..
Verstandelijk vermogen. Er zijn verschillende testjes om het verstandelijk vermogen te testen. Belangrijk is uiteraard om de geestestoestand zo goed mogelijk te houden.
Misbruik van genotsmiddelen en medicatie moet vermeden worden (tabac, alkohol, slaapmiddelen en kalmeerpillen ...Zelfverwaarlozing moet verholpen en indien mogelijk moet gezorgd worden voor een regelmatig gestructureerd levenspatroon.Ook moeten onderliggende ziekten, die de mentale toestand aantasten in mate van het mogelijke aangepakt worden. (Medicatie die storend kan werken is bvb: medicatie tegen epilepsie , anticholinergica met hun droge mond en slechte smaak, medicatie tegen verhoogde bloeddruk die op de hersenen inwerkt (alfa blokkers), b blokkers,waterafdrijvers,cortisone,meer dan 4 a 5 medivcamenten die moeten ingenomen worden en interacties geven, medicatie voor her zenuwstelsel, morfine-verwante producten...
Functioneel vermogen :
In hoeverre in de patiënt nog in staat de dagelijkse levensnoodzakelijk handelingen te vervullen ?
Men kan hiervan een goed idee krijgen door de ‘step and go test’ te doen .Men vraagt om om recht te staan vanuit zittende positie ,10 stappen de lopen en dan terug te keren naar de stoel en te gaan zitten .Als de test kan gedaan worden in minder dan 20 seconden , mogen we ervan uitgaan dat er geen problemen zijn.Patiënten die er meer dan 30 seconden over doen zijn meer afhankelijk en hebben een hoger risico om te vallen .
Uiteraard dient de omgeving ook geëvalueerd te worden (hindernissen ?) en moet een voet onderzoek en neurologisch onderzoek gebeuren.
Oorzaak
De oorzaak van deze achteruitgang in ontwikkeling van de bejaarde zou, naar analogie met osteoporose, een vermindering zijn van de spiermassa of sarcopenie (Tussen 50 en 70 jaar verliezen de meeste patiënten 10 a 25 % van hun spiermassa en boven de 80 jaar 30 a 50 %.
Verder zou er ook een vermindering komen van de immuniteit of weerstand.
Ook spelen de vermindering van geslachtshormonen, groeihormoon en toename van cortisol een rol.
Hoe te verhelpen?
Sarcopenie kan verholpen worden door oefeningen te doen.Best gebeurt dit zo vroeg mogelijk :liefst voor de leeftijd van 50 jaar.
Spierkracht en weerstand worden best 2 a 3 keer per week geoefend (bij de vrouw 2 keer per week)
Om de spierkracht te trainen wordt best een inspanning gedaan van 60 à 80 % van een RM
Om de weerstand te oefenen wordt best geoefend aan 40% van een RM maar dan met hoge snelheid.
Om de aerobe oefeningen te verhogen wordt aanvankelijk best getraind aan een frequentie van 50 a 75 % van de maximale hartfrequentie (220- leeftijd).
Dit betekent een sportprestatie waarbij men kan blijven praten tijdens de inspanning.
Om verminderde spiermassa op te sporen is de BMI minder betrouwbaar dan de bovenarmomtrek die meer dan 25 cm moet zijn.