nut website
Patiënten hebben met internet drempelloos en onbeperkt toegang tot gezondheidsinformatie.
Tweederde van de patiënten raadpleegt internet wel eens vóór een bezoek aan de huisarts, eenderde zegt dit ‘vaak of altijd’ te doen.
En na afloop van een consult gaat meer dan de helft van de patiënten op zoek naar informatie op internet.
Soms kan de patiënt veeleisend worden ,maar dit doet niets af aan de positieve kanten van de toegenomen mondigheid.
Het is immers duidelijk dat een actieve rol van de patiënt binnen de zorg, zoals het meebeslissen over het te voeren beleid, tot betere gezondheidsuitkomsten leidt. Kort gezegd: een goed geïnformeerde en meedenkende patiënt is een gezondere patiënt.
Toch brengt deze ontwikkeling ook gevaren met zich mee. Het is voor een leek niet eenvoudig vast te stellen wat ‘goede’ informatie is. Hier wringt ook de schoen van de marktwerking. Iedere huisarts ziet immers wel eens patiënten die via internet of andere media toegang hadden tot onjuiste of onvolledig informatie, vaak geïnitieerd door farmaceutische bedrijven of commerciële zorginstellingen.
Bovendien mogen we niet gaan denken dat het aanbieden van medische kennis,wat sinds de komst van internet nog is toegenomen , automatisch impliceert dat patiënten er oor naar hebben of er hun gedrag door veranderen.
De eigenafwegingen van de patiënt spelen een belangrijke rol in het afwegen van de voor- en nadelen van een behandeling.Ze spelen ook een rol in het al of niet ‘willen ‘ luisteren naar voorlichting over ziektes.
Grote groepen leken en patiënten zijn min of meer resistent tegen pogingen van voorlichting,omdat ze op een totaal andere manier tegen hun gezondheid aan kijken dan hun beroepsbeoefenaars.
Het zou wel eens kunnen dat het meedelen van de laatste stand van medische kennis naar een mondige patiënt niet zoveeel zin heeft. Bovendien lijkt er geen verband te bestaan tussen wat iemand weet en zijn gedrag.
Meer medische kennis lijkt met andere woorden niet automatisch tot een meer verantwoord gezondheidsgedrag.
Gezondheidsvoorlichting werkt pas als ze aansluit bij de overtuigingen van de patiënt, die er al steeds hetzijne over dacht.
Naar Snelders en Meijman : De mythe van de mondige patiënt.