www.lucdekervel.be - Homepage Luc Dekervel   

home  |  Praktijkinfo  |  Nuttige Adressen  |  Patientenvoorlichting(1)  |  Patientenvoorlichting  |  Afspraak maken  |  Geneeskunde sociaal  |  Medische actualiteit  |  Zoeken  |  EHEC bacterie    

 

Hulporganisaties
Invaliditeit
Terugbetalingsmodaliteiten
Speciale tegemoetkoming
Ethiek en recht
Wat te doen bij?
Menen sociale kaart
Is onze maatschappij borderline?
Rijbewijs
Wat zijn uw rechten als patiënt ?
Thuiszorg en para-medische hulp
Kindermishandeling
Gezondheid en werk
Kankerincidentie België
Q a l y of gezondheidseconomie
Hoe groot is mijn risico op ziekte?
Voorlopige bewindvoerder
E.H.B.O
Gids omtrent overlijden
Terugbetaling Diëtist(e)
Remgeldaling bij verwijzing door huisarts
Over gedrag
 Sociale druk
 Zelfkennis
 Wie is die andere?
 Gedrag en principes
 Gedragsverandering: stoppen met...beginnen met..
 Manipulatoren
 Individualisme en fundamentalisme
Jongeren en hun toekomst
Orgaandonatie

Gedragsverandering: stoppen met...beginnen met..

Ons verdrag vertoont een neiging tot homeostase: wij hebben een gewoontevorming in ons gedrag,waaraan we gehecht raken, en die we niet zomaar gaan veranderen. Er zijn dan ook sterke uitwendige prikkels nodig om ons gedrag te veranderen met andere woorden onze weerstand tegen verandering aan ons gedrag is groot. Dit is nog meer zo als we de indruk hebben dat we gedwongen of gestuurd worden om ons gedrag te veranderen. ’People like to change and not to being changed’.

Twee factoren zijn uiterst belangrijk om tot verandering te komen:
1/ Hoe  meer we overtuigd zijn van de voordelen van de verandering, hoe meer slaagkans en
2/ hoe meer vertrouwen we hebben in onszelf (zelfvertrouwen) en in ons slagen hoe beter onze kansen.

Het is dan ook belangrijk dat we het negatieve van ons huidig gedrag inzien en ook aanvoelen dat we erdoor lijden. Van de andere kant moeten we ons bewust zijn van onze zelfwaarde, onze competenties, moeten we weten wat onze nieuw toekomstperspectief is en moeten we ons vrij voelen om voor verandering te kiezen, gesteund door onze omgeving.


Men spreekt van verschillende fasen in gedragsverandering:
1/De precontemplatiefase: men is niet goed op de hoogte van zijn verkeerd gedrag en men is dan ook niet gemotiveerd om er iets aan te veranderen.De hulpverlener geeft objectieve informatie op het tempo van de patiënt (bijvoorbeeld door een folder mee te geven).De patiënt kan de informatie op zijn eigen situatie toepassen (en een eigen risico-inschatting maken).
2/de comtemplatie : men overweegt zijn gedrag te veranderen binnen de  6 maand.Hier moet patiënt geholpen worden voor het positieve te kiezen.Het advies dat hij krijgt mag niet schuld-inducerend zijn, en de keuzemogelijkheden moeten open blijven.De hulpverlener gaat ook de dubbelzinnige houding tegenover de gedragsverandering uitdiepen en de verandertaal (de argumenten die pleiten voor een gezondere leefwijze bevoorbeeld ) benadrukken en complimenteren. De weerstand tegen de gedragsverandering (weerstandstaal) gaat hij tot zijn essentie herleiden. De therapeut moet oog hebben voor de emoties van zichzelf en de ander en deze op een opbouwende manier proberen weer te geven ,terug te geven ...(We kunnen niet ’niet comminuceren’).Soms kan de hulpverlener alleen tussenkomen via 
korte motiverende gesprekjes of zetjes...Er moet ook geprobeerd worden om de persoon (die het waard is) wat los te zien van zijn gedrag. Er moet ook reeds gesproken worden over mogelijks herval in het oude gedrag. Dit vermindert zeker de frustratie als het dan niet lukt.Bij rookstop bevoorbeeld gaat men gemiddeld  vijf keer hervallen. De hulpverlener moet steeds authentiek zijn en, zeker als schaamte en schuldgevoel aanwezig is, de ander positief accepteren.
3/de preparatiefase:Een concreet actieplan wordt uitgestippeld.Samen met de patiënt stelt de hulpverlener een zorgvuldig doorsproken, concreet en werkbaar veranderplan op. Het is hierbij zeer belangrijk dat de patiënt geen te grote stappen neemt en niet te snel gaat. Door het probleem in stukken aan te pakken en kleine stappen te nemen, doet de cliënt succeservaringen op. Dit versterkt zijn zelfwaarde en competentiegevoel. De hulpverlener informeert de patiënt over de gedragsalternatieven (stoppen, enkel op bepaalde momenten gebruiken, enz) en over manieren waarop de cliënt dit kan doen (zelfhulpboekjes, behandeling...).
4/De actiefase :Hier gaat de gedragsverandering in. Ondersteuning is belangrijk. Wat goed gaat wordt bekrachtigd. Er wordt geprobeerd vol te houden en tevens wordt nagegaan hoe bepaalde problemen die zich  kunnen  of zouden kunnen voordoen aan te pakken.
5/De consolidatiefase :Nu is het gezonder gedrag in de levensstijl geïntegreerd. Bij een herval wordt vooral gekeken naar de momenten waarop het goed ging en waarom het dan zo goed ging.