Over gedrag
Er zijn houdingen die we als kind aanleerden en die ons gedrag van hele verdere leven onbewust verder bepalen.
Een dergelijke houding bestaat erin dat we als kind leerden wantrouwig en vijandig te zijn ten opzichte van personen die we niet kennen. Wellicht is dit ook zo in ons erfelijk materiaal opgeslagen. Vreemden kunnen zeker voor een kind een bedreiging betekenen voor het voortbestaan en het welzijn.
Als volwassenen delen we onszelf in bij een groep.
Tot een groep behoren geeft ons een goed gevoel en aan zien en draagt bij tot onze zelfzekerheid omdat onze gedachten door de groep gedragen worden.
Onbewust gaan we de groep waarbij we horen als positief gaan zien , die groep krijgt van ons een hoog aanzien .Dit smukt dan uiteraard ons zelfbeeld op.We horen erbij!!
Soms worden groepen gevormd rond echt banale kenmerken vb: mensen die in dezelfde straat wonen, mensen die met dezelfde moto rijden...
We denken dat een groep bestaat uit individuen van dezelfde overtuiging en met hetzelfde gedrag en daardoor gaan we verschillen binnen de groep,
minder opmerken.Vooral verschillen bij groepleden van een andere groep ontgaan ons.We denken ongenuanceerd over die anderen en we geven de groep bepaalde kenmerken , die echt typisch voorhen zouden zijn,voorbeelden :Fransen zijn chauvenisten.,Hollanders zijn gierig , vrouwen zijn slechte chauffeurs, mannen zijn betere leiders.....
Onze eigen groep kennen we echter beter, en daar gaan we verschillen tussen de groepsleden beter zien, en niet zo veralgemenend, simplistisch over onze groep denken.
Vanuit ons aangeboren gevoel voor wantrouwen voor de andere, gaan we een negatief beeld maken van groepen waar we niet toe behoren. Dit negatieve vooroordeel ten opzichte van anderen is van nature bij bepaalde personen sterker aanwezig en heviger . Bovendien hebben sommigen hun denkend vermogen sterker ontwikkeld om dit aangeleerd negatief denken over andere(n groepen) bij te stellen.
Hoe onze voordelen ongegrond zijn, kunnen we nagaan door objectief, bijna wetenschappelijk, de verschillen tussen de groepen te noteren en dan tot de bevinding te komen dat de verschillen eigenlijk niet zo groot zijn.Daarmee zijn de vooroordelen reeds minder uitgesproken maar niet weg.
Het best kunnen twee groepen best maar naar elkaar toegroeien door contact met elkaar te hebben en vooral door gemeenschappelijke taken uit te voeren.
Een dergelijke houding bestaat erin dat we als kind leerden wantrouwig en vijandig te zijn ten opzichte van personen die we niet kennen. Wellicht is dit ook zo in ons erfelijk materiaal opgeslagen. Vreemden kunnen zeker voor een kind een bedreiging betekenen voor het voortbestaan en het welzijn.
Als volwassenen delen we onszelf in bij een groep.
Tot een groep behoren geeft ons een goed gevoel en aan zien en draagt bij tot onze zelfzekerheid omdat onze gedachten door de groep gedragen worden.
Onbewust gaan we de groep waarbij we horen als positief gaan zien , die groep krijgt van ons een hoog aanzien .Dit smukt dan uiteraard ons zelfbeeld op.We horen erbij!!
Soms worden groepen gevormd rond echt banale kenmerken vb: mensen die in dezelfde straat wonen, mensen die met dezelfde moto rijden...
We denken dat een groep bestaat uit individuen van dezelfde overtuiging en met hetzelfde gedrag en daardoor gaan we verschillen binnen de groep,
minder opmerken.Vooral verschillen bij groepleden van een andere groep ontgaan ons.We denken ongenuanceerd over die anderen en we geven de groep bepaalde kenmerken , die echt typisch voorhen zouden zijn,voorbeelden :Fransen zijn chauvenisten.,Hollanders zijn gierig , vrouwen zijn slechte chauffeurs, mannen zijn betere leiders.....
Onze eigen groep kennen we echter beter, en daar gaan we verschillen tussen de groepsleden beter zien, en niet zo veralgemenend, simplistisch over onze groep denken.
Vanuit ons aangeboren gevoel voor wantrouwen voor de andere, gaan we een negatief beeld maken van groepen waar we niet toe behoren. Dit negatieve vooroordeel ten opzichte van anderen is van nature bij bepaalde personen sterker aanwezig en heviger . Bovendien hebben sommigen hun denkend vermogen sterker ontwikkeld om dit aangeleerd negatief denken over andere(n groepen) bij te stellen.
Hoe onze voordelen ongegrond zijn, kunnen we nagaan door objectief, bijna wetenschappelijk, de verschillen tussen de groepen te noteren en dan tot de bevinding te komen dat de verschillen eigenlijk niet zo groot zijn.Daarmee zijn de vooroordelen reeds minder uitgesproken maar niet weg.
Het best kunnen twee groepen best maar naar elkaar toegroeien door contact met elkaar te hebben en vooral door gemeenschappelijke taken uit te voeren.