www.lucdekervel.be - Homepage Luc Dekervel   

home   

 

PatiŽntenbrieven
Diabetes
DiŽten en voeding
Vaccinaties
Hoge bloeddruk
Zwaarlijvigheid of obesitas
 Hoe vermageren ?
 Chirurgie bij zwaarlijvigheid
 Caloriebehoefte
 DiŽet van 1200 calorieŽn
 Andere soorten diŽten
 Eetstoornis
Chronische bronchitis of COPD
Allergie
Zwangerschap en problemen
Ziekte door psychische spanning
Depressie ?
Relatievorming en gezin
Epilepsie
Voorbeschiktheid tot ziekte bij de ouderen .
Integrale zorg voor patiŽnt of hardnekkigheid ?
Vragen na en over chirurgie
Neus, mond ,keel, en oogaandoeningen
Pijn
Compressiebehandeling van varices
Therapietrouw
Voeding bij jongeren

Hoe vermageren ?

Men start een behandeling enkel op voor obesitas bij een BMI =30 of bij overgewicht met een BMI tussen 25-29,9 als er andere  ziekten aanwezig zijn.
Een haalbaar doel is een gewichtsdaling van 5 à 10 % ten opzichte van het huidige lichaamsgewicht, over een periode van zes tot twaalf maanden. Een matig gewichtsverlies van 10 % geeft al aanleiding tot een belangrijke daling van de gezondheidsrisico’s . Daarna probeert men het gewicht stabiel te houden.
Om het gezondheidsrisico te kennen, bepaalt men het type obesitas (‘appelvorm of meer vetopstapeling ter hoogte van de buik versus ‘peervorm of vetopstapeling overal in het lichaam’). Hier-voor meet hij de middelomtrek .De appelvorm resulteert eerder in hart en vaatziekten. We spreken van  appelvormige verdikking bij een middelomtrek van 88 of meer cm bij vrouwen en van 102 cm  of meer bij mannen.(soms reeds vanf 80 bij de vrouw en 94 bij de man)
De aanpak van gewichtsproblemen vergt een grote inzet van de patiënt (dieet, leefstijlveranderingen, medicatie enzovoort .Is de patiënt overtuigd van het belang te vermageren? Wil hij er zijn leef-en eetgewoonten voor veranderen en heeft hij vertrouwen in een succesvolle en blijvende gewichtsdaling.
Gewichtsverlies  betekent een verbetering op de globale levenskwaliteit . Met de combinatie van een dieet en gedragstherapie (leefstijlaanpassingen) zien we, in vergelijking met een dieet alleen, een grotere verbetering op vlak van stemming (depressie, angst) en psychisch functioneren.
Belangrijk is ook om te weten of patiënt niet lijdt aan een eetbuistoornis.
Kenmerken van een eetbuistoornis:
Herhaalde episodes van eten:
  In een beperkte periode (bijvoorbeeld twee uur) een overmatige hoeveelheid voedsel eten.
  Gevoel van controleverlies of gebrek aan controle over het eten (het gevoel dat men niet kan stoppen met eten of kan controleren hoeveel men eet).
De episodes van eten zijn verder geassocieerd met drie van volgende criteria:

1.               Veel sneller eten dan normaal.
2.              
Eten tot men zich oncomfortabel vol voelt.
3.              
Grote hoeveelheden eten terwijl men zich fysiek niet hongerig voelt.
4.              
Alleen eten omdat men zich schaamt over de hoeveelheid.
5.              
Walgen van zichzelf, zich depressief of erg schuldig voelen na het overeten.
Er is een duidelijk onaangename spanning aanwezig over deze eetbui.
De eetbui komt gemiddeld voor ten minste twee dagen per week gedurende zes maanden.

 Obese patiënten met een eetbuistoornis hebben, in vergelijking met obese patiënten zonder deze eetstoornis, ook psychische en psychiatrische problemen, vooral stemmingsstoornissen (depressie ...) en vermageren moeilijk.




1/Dieet

Een evenwichtig energiebeperkt dieet omvat drie hoofdmaaltijden (met drie kleine tussenmaaltijden, verdeeld over de dag). Het weglaten van een maaltijd (zoals het ontbijt) is een slechte gewoonte, omdat men dan in de loop van de dag geneigd is om zijn honger te stillen met allerlei snacks, die doorgaans energierijk zijn en een hogere energie-inname per dag tot gevolg hebben.

Beperking van vetopname en enkelvoudige suikers. De basis van elke maaltijd wordt gevormd door een vezelrijke bron van complexe koolhydraten (aardappelen, volkorenbrood, volle rijst of pasta).

Dikwijls volstaat het om de tussendoortjes (snoep, chips, noten, koekjes, frisdranken, alcoholische dranken) weg te laten. Het kan een verschil maken van ongeveer 200 kcal (2 glazen limonade of bier, 1 zakje chips van 30 g, 2 pralines) tot 500 kcal (1 zakje frieten van 150 g zonder mayonaise) per dag.

De beste dorstlesser is water. Frisdranken bevatten veel koolhydraten die snel in het bloed worden opgenomen. Fruitsap bevat procentueel evenveel energie als frisdranken. Eventueel kunnen gewone frisdranken worden vervangen door lightfrisdranken. Maar zelfs deze blijven wennen aan ‘zoet’.

Zogenaamde dieetmargarine bevat evenveel energie als boter, maar heeft een betere vetzurensamenstelling. Minarine heeft slechts de helft van de energiewaarde van margarine.

Groenten en fruit nemen in een gezonde voeding een belangrijke plaats in. Ze hebben een lage energiewaarde en zijn rijk aan (oplosbare) voedingsvezels, vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen.

Een gastronomisch lekkere voeding hoeft niet per se veel vet te bevatten.

Bij obesitas en voor een kortetermijnbehandeling kan men opteren voor een ‘Very Low Calorie Diet’ (VLCD) met laagenergetische maaltijdvervangers (ca. 800 kcal/dag), eiwitrijke voeding, aangevuld met vitaminen en mineralen De snelle gewichtsreductie motiveert de patiënt. Maar deze methode dient steeds te worden gecombineerd met een intensieve begeleiding en follow-up (onder meer controle van de vochtbalans).

Met een streng hypocalorisch dieet (‘Low Calorie Diet’ of LCD van minder dan 1 200 kcal) op basis van gewone voedingsmiddelen is het praktisch onmogelijk om tegemoet te komen aan de aanbevolen hoeveelheid van alle vitaminen en mineralen. Een suppletie aan vitamine-mineralencomplex is dan ook noodzakelijk.

       2/Gedragsadvies

Mensen met overgewicht worden sterk beïnvloed door externe prikkels, zoals het zien en ruiken van voedsel. Voorbeelden van opdrachten die tot doel hebben het aantal voedselprikkels te beperken zijn: eten op vaste tijdstippen, op een vaste plaats eten en zonder tegelijk andere activiteiten uit te voeren. Het kan helpen om net genoeg op tafel te zetten. Na de maaltijd wordt het overgebleven voedsel onmiddellijk opgeborgen. Eigenlijk begint deze stimuluscontrole al bij het aankopen van voedsel. De patiënt kan het best boodschappen doen met een gevulde maag en met een vooraf opgemaakte boodschappenlijst.

Verder zijn er adviezen gericht op het eetgedrag zelf. De arts kan de patiënt voorstellen om het bestek neer te leggen tussen iedere hap, brood te eten met mes en vork of zelfs te eten met stokjes in plaats van bestek, enzovoort. Om emotioneel eetgedrag te voorkomen, kan het ook helpen om te zoeken naar een gedrag dat niet kan worden gecombineerd met eten (bijvoorbeeld telefoneren, douchen).

3/Beweging

Volgehouden toename in fysieke activiteit is vooral belangrijk om de gewichtsverminderingtebehouden

Drie keer per week gedurende een halfuur wandelen is een realistisch vertrekpunt. Nadien kan de intensiteit (sneller stappen, ‘brisk walking’) en frequentie (bijna alle dagen van de week) worden opgedreven (60). De doelstelling op lange termijn is dat de patiënt bijna elke dag van de week gedurende 30 minuten een matige fysieke inspanning doet, zoals stappen, zwemmen, fietsen


Besluit

De behandeling van obesitas is individueel gericht en verloopt stapsgewijs. Een combinatie van dieet, gedragsen bewegingsadvies is effectiever in gewichtsreductie en -behoud dan elk van deze behandelingen apart

·                          Het is zinvol en haalbaar om in zes tot twaalf maanden een gewichtsdaling te bereiken van 5 à 10 %.

·                          Begeleiding van dieet vertrekt van het voedingspatroon van de patiënt en gebeurt het best door een diëtist(e).

·                          Fysieke activiteit heeft een beperkte invloed op het gewichtsverlies (niveau 1 van bewijskracht), maar speelt wel een belangrijke rol in het behoud van de gewichtsvermindering.

·                          Het is belangrijk dat obese patiënten zoveel mogelijk beweging inbouwen in hun dagelijkse leven. Driemaal per week een halfuur wandelen is een realistisch vertrekpunt om de fysieke activiteit te verhogen.

·                          Chirurgie wordt toegepast wanneer alle andere minder invasieve behandelingen hebben gefaald en is voorbehouden aan patiënten met morbide obesitas (BMI hoger dan 40) en patiënten met een BMI boven de 35 met andere ziekten.

·                          Na de ingreep is een multidisciplinaire begeleiding essentieel voor het welslagen van de gewichtsreductie en het opsporen van neveneffecten van de procedure .



Bron: obesitas en behandeling  (Domus Medica)


Verkeerde opvattingen over obesitas en eetgewoonten

-De belangrijkste oorzaak van de stijgende prevalentie van obesitas is een combinatie van meer snelle suikers eten, onvoldoende eten overdag en de hoofdmaaltijd ’s avonds nuttigen, te weinig lichaamsbeweging...
Deegwaren ’s avonds doen meer verdikken dan bolognaise-saus zonder deegwaren.

-Een koolhydraatrijke voeding, vooral in een context van weinig lichaamsbeweging en dus vooral ‘s avonds, overweldigt het vermogen tot glucoseopname in de spieren en insuline zal dan de vetsynthese in het vetweefsel verhogen.
Als je overdag beter eet, zal je ’s avonds niet uitgehongerd aan tafel gaan en zal je minder snelle, semisnelle of semitrage koolhydraten zoals deegwaren, puree, frieten, griesmeel, stokbrood... eten.


-Vruchtensap komt in direct contact met het darmslijmvlies, terwijl stukken fruit eerst door de maag en de spijsverteringsenzymen moeten worden omgezet tot "vruchtenmoes" of sap.
De glykemische index van vruchtensap is dus hoger dan die van een stuk fruit en doet meer verzwaren.
Anderzijds kan je gemakkelijk het sap van 3 tot 4 geperste sinaasappelen in 1 keer uitdrinken, maar zal je niet zo gemakkelijk 3 of 4 sinaasappelen in 1 minuut eten!


-Gefrituurde aardappelen bevatten zeer snelle suikers .Frieten die in de oven worden gebakken, dus zonder vet, kunnen een gewichtstoename in de hand werken gezien hun hoge glykemische index.

 

 

-De samenstelling van de vetzuren van de dooier van kippeneieren hangt af van de vetzuren die de kippen te eten krijgen. De omega 6-omega 3-verhouding van de fosfolipiden van de eidooier bepalen het "toxische" of heilzame effect van kippeneieren.De eidooier van kippen die "in het wild" leven, heeft een omega 6-omega 3-verhouding van bijna 1. Dat is dus veel beter dan die van onze huidige voeding (omega 6-omega 3-verhouding van 15 tot 25).