www.lucdekervel.be - Homepage Luc Dekervel   

home   

 

PatiŽntenbrieven
Diabetes
 diabetesconventie
 Gevolgen van diabetes
 Glycemie index en suikergehalte van voeding
 Diabetesdieet
 Diabetespas voordelen
 Diabetes 2: online cursus
DiŽten en voeding
Vaccinaties
Hoge bloeddruk
Zwaarlijvigheid of obesitas
Chronische bronchitis of COPD
Allergie
Zwangerschap en problemen
Ziekte door psychische spanning
Depressie ?
Relatievorming en gezin
Epilepsie
Voorbeschiktheid tot ziekte bij de ouderen .
Integrale zorg voor patiŽnt of hardnekkigheid ?
Vragen na en over chirurgie
Neus, mond ,keel, en oogaandoeningen
Pijn
Compressiebehandeling van varices
Therapietrouw
Voeding bij jongeren

Diabetesdieet

Preventie van diabetes door dieet:

Consumptie van rood of bewerkt vlees,verhoogt de kans op diabetes type-2. diabetes.Die kans is dan  ongeveer 25 % hoger dan bij die mensen die meer wit vlees of vis zouden eten.
Mannen die dagelijks 15 tot 29 gram alcohol consumeren, hebben 36 procent minder kans om diabetes te krijgen in vergelijking met hen die geen of minder alcohol drinken. Door bier, wijn en sterke drank wordt de kans op diabetes in dezelfde mate verminderd. Bij het consumeren van alcohol gedurende vijf dagen per week, neemt het risico het sterkst af. Mannen die minder dan twee keer per week alcohol drinken, hoeven geen positief effect meer te verwachten.



   Richtljnen diabetesdieet


Met name bij mensen met diabetes mellitus type 1 is goed inzicht in de koolhydraten belangrijk in verband met de afstemming op de insulinetoediening. Bij mensen met diabetes mellitus type 2 met tabletten en/of insuline is de koolhydraatinname en de koolhydraat-verdeling van belang in verband met het voorkomen van een te lage bloedglucose (= hypoglykemie).

De basis van het dieet bij diabetes mellitus is volgens de Richtlijnen Goede Voeding. Het voorschrift wordt individueel vastgesteld en is afhankelijk van de medicatie, het lichaamsgewicht en het activiteitenpatroon.
Er wordt rekening gehouden met sociale factoren zoals: leefstijl, wisseldiensten, weekendvariatie, uitslapen, uit eten, reizen en vakantie, invloed van het gezin e.a.

Gelet wordt op:

  • Energie
    Bij correctie van de hyperglykemie (= te hoge bloedglucose) treedt gemiddeld een gewichtstoename op van 2-4 kg. De energie wordt nu beter gebruikt. Bij overgewicht wordt in eerste instantie gestreefd naar gewichtsbehoud door voldoende lichaamsbeweging en het volgen van het dieet volgens Richtlijnen Goede Voeding. Na het bereiken van een goede instelling wordt bekeken of gewichtsreductie gewenst is en zal de voeding en/of lichaamsbeweging, waar mogelijk, worden aangepast.
  • Koolhydraten
    Koolhydraten is de verzamelnaam voor zetmeel, melksuiker (= lactose), vruchtensuiker (= fructose), suiker (= sacharose) en druivensuiker (= glucose). Koolhydraten komen voor in aardappelen, rijst, deegwaren, peulvruchten, brood, melk, karnemelk, yoghurt, groente, fruit, vruchtensap, suiker, stroop, honing, snoep, frisdrank, gebak en koek. In een evenwichtige voeding leveren koolhydraten minstens de helft van de hoeveelheid energie die een mens dagelijks nodig heeft.
    De inname van koolhydraten is afhankelijk van medicatie, lichamelijke inspanning en stress.
    Bij personen met diabetes type 1 en type 2 met insulinegebruik dienen pieken in de koolhydraatinname per maaltijd voorkomen te worden. Het gebruik van koolhydraatbevattende tussenmaaltijden is alleen zinvol als hiermee hypoglykemiën kunnen worden voorkomen. Bijvoorbeeld bij mensen die naast insuline ook bloedglucoseverlagende tabletten gebruiken.
  • Vetten
    Er zijn verschillende soorten vet in de voeding. We kennen verzadigd vet en onverzadigd vet.
    De verzadigde vetten zijn “slechte vetten” en dienen verlaagd te worden tot max. 10% van de totale hoeveelheid energie. Deze hoeveelheid zorgt voor een goede verhouding van HDL/LDL-cholesterol en voor voldoende levering van de in vet oplosbare vitamines A,D,E,K en essentiële vetzuren.
    De verzadigde vetzuren komen met name voor in roomboter, gewone harde margarines in een wikkel, frituurvet, vet vlees en vette vleeswaren, volvette kaas, volle melk en volle melkproducten, koffiewitmaker, imitatieslagroom, chocolade, koek en gebak.
    Bij voorkeur wordt verzadigd vet vervangen door onverzadigde vetzuren, de “goede vetten”.
    Onverzadigde vetten komen voor in o.a. oliën, dieethalvarine, dieetmargarine, vloeibare bak- en braadproducten, noten en avocado. Voor het verbeteren van het triglyceridegehalte is het gebruik van 2 maal per week (vette) vis aan te raden: bijvoorbeeld zalm, makreel, tonijn, haring, sardines.
  • Eiwit
    Eiwitten zijn nodig om het lichaam op te bouwen en te onderhouden. Eiwitten zijn iedere dag nodig, want het lichaam
    kan er geen reservevoorraad van aanleggen. Gebruikt men meer eiwit dan nodig is voor opbouw en onderhoud, dan wordt het overschot benut om er energie uit te halen.
    Belangrijke eiwitbronnen zijn vlees, vis, eieren, kaas, melk en melkproducten, peulvruchten, sojaproducten, noten, brood en graanproducten. Aanbevolen is 0,8 tot 1 gram per kilogram ideaal lichaamsgewicht per dag. Onder ideaal lichaamsgewicht verstaat men een BMI tussen 20 en 25 (
    Met name bij proteïnurie (= eiwit in de urine) is het van belang dat de voeding niet meer eiwit bevat.
  • Voedingsvezels
    Voedingsvezel is de verzamelnaam voor de onverteerbare bestanddelen in de voeding. Ze komen alleen voor in plantaardige voedingsmiddelen en zijn onder andere nodig voor een goede stoelgang. Voedingsvezels hebben een gunstige werking op het glucose-, insuline- en lipidengehalte in het bloed.
    Het eten van vezelrijke voeding geeft langer een verzadigd gevoel en wordt daarom met name bij overgewicht aangeraden. Rijk aan vezels zijn bruinbrood, roggebrood en volkorenbrood, graanproducten, peulvruchten, groente en fruit.
  • Zoutgebruik
    Wees matig met zout. Gemiddeld levert onze voeding 9 gram keukenzout per dag. Dit komt overeen met zo’n 3600 mg natrium, terwijl niet meer dan ongeveer 500 mg natrium per dag nodig is.
    Natrium is een mineraal, dat zowel in het lichaam als in het voedsel voorkomt. Het is een bestanddeel van keukenzout: 1 gram keukenzout bevat 400 milligram natrium.
    Samen met kalium, een ander mineraal, regelt natrium het vochtevenwicht in het lichaam. Normaal gesproken scheiden de nieren een teveel aan natrium uit via de urine.
    Door verschillende oorzaken
    kan natrium worden vastgehouden, waardoor het vochtevenwicht wordt verstoord. Het lichaam houdt dan extra vocht vast, met als gevolg een toename van de hoeveelheid bloed. Het hart moet dan harder werken om het bloed rond te pompen in het lichaam en er ontstaat een verhoogde bloeddruk (= hypertensie).
    Door minder natrium in de voeding te gebruiken
    kan het vochtevenwicht in het lichaam zich herstellen. Een natriumbeperkt dieet betekent dat uw voeding minder natrium, dus minder keukenzout moet bevatten. Voeg minder zout toe tijdens de bereiding en vermijdt producten die van zichzelf al veel zout bevatten. Voedingsmiddelen die veel zout bevatten zijn o.a.: kant- en klare sauzen en soepen, bouillonblokjes, strooiaroma, vloeibare aroma, vleeswaren zoals rauw ham en rookvlees, rookworst, hamburgers, kaas, haring, zoutjes, chips, snacks zoals frikadellen en bamiballen.
  • Alcoholgebruik
    Wees matig met alcohol. Per dag zijn twee à drie alcoholconsumpties geen bezwaar, mits de medicatie dit toelaat en er geen sprake is van een energiebeperkt dieet. Het effect van de “snack bij de borrel” is onvoorspelbaar.
    Het is aan te raden om een paar uur na consumptie een zelfcontrole uit te voeren en indien nodig een kleine koolhydraatconsumptie te nemen, bijvoorbeeld een boterham of portie fruit (ongeveer 20 gram koolhydraten) om een hypo gedurende de nacht te voorkomen. Onze regel is: geen rustige nacht onder de 8; dus bij bloedglucose waarde kleiner dan 8 mmol/l.
  • Zoetstoffen
    Tegenwoordig wordt suiker in allerlei voedingsmiddelen vervangen door zoetstoffen. Zoetstoffen zijn synthetische stoffen die onderverdeeld kunnen worden in twee categorieën:

    Intensieve zoetstoffen zoals Cyclamaat, Aspartaam, Acesulfaam-k en Sacharine.
    Deze zoetstoffen:
    • Verhogen de bloedglucose niet.
    • Leveren vrijwel geen calorieën (energie).


Worden verwerkt in zoetjes voor de koffie en thee, vloeibare of poedervormige zoetstof, light frisdranken, light vruchtensappen en melkproducten zonder toegevoegde suiker.

Extensieve zoetstoffen zoals Sorbitol, Xylitol, Maltitol, Isomalt, Mannitol en Lactitol.
Deze zoetstoffen:

    • Verhogen de bloedglucose vrijwel niet.
    • Leveren ongeveer evenveel calorieën (energie) als gewone suiker.
    • Kunnen winderigheid en diarree veroorzaken.
    • Worden verwerkt in “suikervrije” chocolade, koek, gebak, bonbons en ijs. Hierin zit meestal veel verzadigd vet.


Intensieve zoetstoffen zijn een goede vervanger voor gewone suiker. Extensieve zoetstoffen hebben weinig voordelen en zijn daarom minder goed te gebruiken als vervanger voor suiker.

Zijn zoetstoffen veilig?
Tegenwoordig worden intensieve zoetstoffen in veel voedingsmiddelen gebruikt. Hierdoor gaan mensen steeds meer zoetstoffen gebruiken. Een vaak gestelde vraag is dan ook of het gebruik van zoetstoffen wel veilig is. Per zoetstof is er een ADI vastgesteld, de aanvaardbare dagelijkse inname. Deze hoeveelheid is afhankelijk van de soort zoetstof die in een voedingsmiddel gebruikt is en uw lichaamsgewicht. Het is daarom niet mogelijk een eenduidige richtlijn over alle producten te geven. In de onderstaande tabel staan veilige grenzen van de meest voorkomende voedingsmiddelen bij verschillende lichaamsgewichten. Let u wel op wanneer u de verschillende voedingsmiddelen combineert u minder dan de maximaal aangegeven hoeveelheid mag gebruiken.

Voedingsmiddel

Maximale hoeveelheid per dag kinderen (25 kg)

Maximale hoeveelheid per dag kinderen of volwassenen (50 kg)

Maximale hoeveelheid per dag volwassenen (75 kg)

Light frisdranken

2 glazen van 200 ml

4 glazen van 200 ml

7 glazen van 200 ml

Limonades (verdund) met zoetstoffen/geen suiker toegevoegd.

3 glazen van 200 ml

5 glazen van 200 ml

8 glazen van 200 ml

Zuiveldranken met zoetstoffen/zonder toegevoegd suiker

3 glazen van 200 ml

6 glazen van 200 ml

9 glazen van 200 ml

Zoetjes

6 tabletten per dag

11 tabletten per dag

17 tabletten per dag

 

  • Glykemische index

    Wat is glykemische index?
    De glykemische index is een maat waarmee het effect van koolhydraatrijke voedingsmiddelen op het bloedsuikergehalte
    kan worden aangegeven. Een voedingsmiddel met een lage glykemische index leidt tot een langzame en minder hoge stijging van de bloedglucosespiegel. Een voedingsmiddel met een hoge glykemische index geeft een snellere en hogere stijging van de bloedglucosespiegel.

    Langzame en snelle koolhydraten
    De glykemische index zegt dus iets over de snelheid waarmee glucose afkomstig van koolhydraten uit de voeding wordt opgenomen in het bloed. Daarom wordt er ook wel gesproken van snelle koolhydraten (hoge glykemische index) en langzame koolhydraten (lage glykemische index).
    Snelle koolhydraten zitten bijvoorbeeld in:
    • Aardappelen (gekookt of puree)
    • Witte rijst
    • Cornflakes
    • Patat
    • Popcorn
    • Druivensuiker
    • Limonade


Langzame koolhydraten zitten bijvoorbeeld in:

    • Kiwi, banaan, appel
    • Peulvruchten
    • Volkoren spaghetti
    • Meergranen brood, roggebrood


Wanneer u een hypo heeft kunt u snelle koolhydraten gebruiken om uw bloedsuiker te laten stijgen. Voorbeelden hiervan zijn limonade en druivensuiker.
Ook aardappelpuree of gekookte aardappelen komen redelijk snel als glucose in uw bloed. Als u voor de warme maaltijd aan de lage kant zit met uw bloedglucose, kunt u daarom beter beginnen met de aardappelen dan met een ander gerecht.
Peulvruchten worden juist langzaam als glucose in uw bloed opgenomen en kunnen de oorzaak zijn van een lage bloedglucose na de maaltijd, maar een hogere bloedglucose een paar uur later.

Waarom wordt de glykemische index weinig gebruikt in
Nederland?
In
Nederland wordt de glykemische index weinig gebruikt. De glykemische index heeft namelijk een aantal nadelen:

    • De reactie op langzame en snelle koolhydraten kan per persoon verschillen.
    • Bij gebruik van de glykemische index is de insuline minder goed op de hoeveelheid koolhydraten af te stemmen.
    • Een maaltijd bestaat zelden uit één voedingsmiddel en van gecombineerde gerechten is de glykemische index meestal niet bekend.


Meer informatie?
Vraag uw diëtist.


Bij het vaststellen van het dieet dient ook rekening te worden gehouden met:

  • Sociale factoren zoals: eet- en leefstijl, wisseldiensten, weekendvariatie, uitslapen, uit eten, reizen en vakantie, invloed van het gezin.
  • Financiële omstandigheden e.a.
  • Lichamelijke factoren: mobiliteit, sporten etc.
  • Psychische factoren: de emotionele beleving van de diabetes, van het eten, evt. eetstoornissen.

·  Afvallen met maaltijdvervangers

Wat zijn maaltijdvervangers?
Maaltijdvervangers zijn speciale dieetvoedingen die gebruikt worden om af te vallen. Deze voedingen bevatten weinig calorieën (energie) en worden in plaats van gewone maaltijden gebruikt. Er zijn twee soorten te onderscheiden:

  • de zeer weinig energie bevattende maaltijdvervangers van ongeveer 500
    calorieën per dag, zoals Modifast Intensive en Weight Care Intensief.
  • de weinig energie bevattende maaltijdvervangers van ongeveer 800-1400 calorieën per dag, zoals Slimfast, Weight Care en Modifast Daily.

Maaltijdvervangers zijn afhankelijk van het merk verkrijgbaar in: reep, shake, pudding, soep en een kant- en klare warme maaltijd. Indien maaltijdvervangers op de juiste manier gebruikt worden leveren ze voldoende vitamines en mineralen.

Maaltijdvervangers en diabetes, gaat dat samen?
Mensen met diabetes kunnen meestal zonder problemen maaltijdvervangers gebruiken. Het is wel belangrijk om eerst contact op te nemen met de diëtist en diabetesverpleegkundige. Er zal dan worden gekeken of dit de juiste methode voor iemand is. Soms zal snel afvallen afgeraden worden.
Doordat er met maaltijdvervangers minder gegeten wordt, is er waarschijnlijk minder diabetesmedicatie nodig. De diabetesverpleegkundige geeft daarover advies. Bij insulinegebruik is zelfcontrole belangrijk. Indien nodig
kan men tijdens de periode van gebruik van maaltijdvervangers contact houden met de diabetesverpleegkundige om te overleggen over de bloedglucosewaarden en medicatie.

Voor- en nadelen
Aan het gebruik van maaltijdvervangers zitten zowel voor- als nadelen, die niet voor iedereen hetzelfde hoeven te zijn. In het onderstaande voorbeeld staan een aantal veel voorkomende voor- en nadelen weergeven.

Voordelen

Nadelen

Sneller gewichtsverlies dan met een “gewoon” voedingsadvies

Weinig variatie in de voeding

Duidelijk wat er gegeten en gedronken moet worden

Veel maaltijdvervangers hebben een zoete smaak

Voldoende voedingsstoffen in elke maaltijdvervanger

Niet hetzelfde kunnen eten als anderen

Bewust bezig met voeding en gezondheid

De kosten worden niet vergoed door de verzekeraar (maar zijn meestal niet veel duurder dan gewone maaltijden)

Meer informatie?
Vraag uw diëtist.

Of  via de site van UZ Leuven  Diabetes en Voeding